Onderstaand verhaal was één van de winnende verhalen van de verhalenwedstrijd van Zwitserleven, uitgeschreven in het voorjaar van 2003.
Eind mei werd de uitslag bekend. Die tien hoofdprijswinnaars zagen hun verhaal gedrukt in de bundel "Het gevoel" dat per half november 2003 verkrijgbaar is via www.mijneigenboek.nl. De opdracht was het Zwitserlevengevoel tot uitdrukking te brengen, zonder gebruik te mogen maken van dat woord. Het aantal woorden was maximaal 1400.

Iets met Phoenix

door Els Ruiters

Een warme zomerdag in het noorden van Spanje.

De Pyreneeën strekten zich golvend uit en vervaagden tot donkergroene vlekken in de verte.

Katrien wiste het zweet van haar voorhoofd. Voor haar ogen trilde de hete lucht. Als hier niet zo'n rijke vegetatie zou zijn, als dit een woestijn was, dan zouden hier luchtspiegelingen te zien zijn. Ze herinnerde zich een ouwe film over een groepje mensen dat met een vliegtuig in een woestijn neerstortte. Overgeleverd aan de onverschilligheid van de Sahara balanceerden de overlevenden, gedreven door dorst en wanhoop, voortdurend op het randje van waanzin. Ze zagen in de verte bomen, een oase, water, een meer, een stad. Als ze dachten dat ze er waren, stonden ze te graaien in het zand omdat ze bedrogen werden door een fata morgana.

Katrien wist hoe dat verschijnsel werkte. Lucht kan zo heet worden dat het weerspiegelt wat zich achter de horizon bevindt. Vaak zijn dat wolken, en als de nood maar groot genoeg is, ziet het slachtoffer in de weerspiegeling datgene wat hij denkt te willen zien.

De titel schoot haar niet te binnen. Het was iets met Phoenix.

Hoe ging het verder? Eén van de inzittenden bleek modelbouwer en maakte van de brokstukken op ingenieuze wijze een vliegtuigje, dat de overlevenden uiteindelijk naar de bewoonde wereld bracht. Saillant detail: de man was een Duitser en daardoor bij voorbaat al fout in de ogen van de anderen. Dat hij uiteindelijk door zijn scherpzinnigheid allen wist te redden, was een onverwachte boodschap. Een 'goeie' Duitser: voor de na-oorlogse jaren een ongewoon gedurfd thema. De naam van de écht-Duitse acteur wist ze wel: Hardy Krüger.

Hardy, dacht Katrien en de zenuwen knepen haar keel dicht. Als ze Hardy niet had ontmoet, was het nooit zo ver gekomen.

"Klaar?" vroeg Hardy achter haar. Zijn stem kwam van dichtbij, maar kon net zo goed uit een ander universum komen. Op haar armen stonden haartjes recht overeind. Kippenvel golfde van boven naar beneden over haar rug en benen. In het holletje van haar rug, net boven haar billen, gleed het zweet in een langzaam straaltje naar beneden.

"Ik plas in mijn broek," fluisterde ze. Hardy glimlachte.

"Neem de tijd," zei hij rustig.

 


Ver beneden Katrien, echt ver beneden haar, stroomde een rivier, helder en koel. Opspattende waterdruppels werden door de wind meegenomen en maakten de hitte in de omgeving draaglijk. Katrien klom op de rand, precies zoals Hardy had uitgelegd. Ze kon zich niet herinneren of ze ooit zo hard in iets geknepen had. Het ijzer van de brug was koeler dan ze verwacht, en ook minder scherp. De nagels die erin zaten, lieten kleine putjes achter in de muis van haar hand.

Ze ontmoette Hardy een paar dagen geleden op een terrasje, waar hij foldertjes uitdeelde over 'extreme sporten' in Spanje. Aanvankelijk dacht Katrien dat hij een Amerikaan was, maar hij bleek een Duitser te zijn die enkele jaren in de Verenigde Staten gewoond had. Hij was gestopt bij hun tafeltje, waar Katrien samen met een groepje vrienden had gezeten.

'Als je eens iets anders wilt', had hij gezegd met ogen die glinsterden van plezier, 'kom dan eens kijken wat ik te bieden heb. Raften, kanoën, speologie, diepzeeduiken, abseilen en nog veel meer.' In het groepje waarmee Katrien op vakantie was, zaten uiteraard van die adrenaline-junkies, die er meteen zin in hadden.

Hardy was zelf het schoolvoorbeeld van een man die verslaafd was aan het extreme. Hij was ergens halverwege de dertig, pezig en gespierd, sterk als een beer met een zinderende, onderhuidse uitstraling. Hij had dik, zongebleekt haar, hij was gebruind, had een brede mond met smalle lippen en heldere bruine ogen. Hij zag eruit als een gezondheidsfreak en grijnsde vrijwel onophoudelijk.

's Nachts waren ze met de groep uitgegaan. De drank vloeide rijkelijk - Katrien kon zich niet herinneren hoeveel bier ze had gedronken, maar branie vierde hoogtij en het toeval wilde dat ze net op dat moment Hardy weer tegen het lijf liepen.

De zakenman in de Amerikaanse Duitser had het natuurlijk meteen aangegrepen - men smeedt het ijzer als het heet is. Zo dronken als ze allemaal waren geweest, hadden ze overmoedig 'ja' geroepen toen Hardy hen had gevraagd om iets extreems te komen doen en een afspraak was gemaakt en bezegeld met nog maar eens een Sangría.

 

En daar stond ze dan. Zou er vis inzitten? dacht ze terwijl ze strak voor zich uit bleef kijken naar het water dat als een lint naar de verte tussen twee bergdalen toe slingerde. Zouden ze van haar restanten eten, er aan sabbelen of haar simpelweg negeren? Als haar lichaam als een slappe ledenpop meegenomen wordt door de stroom, zouden de vissen dan opkijken? Zouden ze beginnen met haar ogen en daarna door de leeggevreten kassen zwemmen? Als over vele jaren botresten gevonden zouden worden, zou ze dan nog te identificeren zijn? Zouden haar gebitsgegevens kunnen helpen? Ze had wel een heel karakteristiek hoekje uit een voortand. Charmant karakteristiek, althans, volgens haar vader.

"Katrien?"

Ze schrok op uit haar lugubere overpeinzingen.

"Ik heb mijn doodvonnis getekend," fluisterde ze met toegeknepen keel.

De diepte lonkte maar was tegelijkertijd erg ver weg. Alle grootspraak ten spijt was zij de enige die nu al tot hier was gekomen. Het was gek, maar die hele loeiende meute van vrienden was nu toch ook stil geworden. Katrien zat op de leuning van de brug,

"Er kan niets mis gaan, je bent uitstekend gezekerd. Laat je gewoon vallen. Heb je James Bond nooit gezien? Als hij over die stuwdam naar beneden zeilt?"

"Dat was een stuntman," piepte Katrien schor terug.

"Natuurlijk. Maar jij gaat het zelf doen."

"Ik durf niet," zei ze en begon terug te schuiven.

Hardy was dicht bij haar. "Katrien, luister naar me. Dadelijk voel je pure extase. Onbeschrijflijk."

Honderd meter beneden haar lonkte de rivier als een Sirene. Ik wil wel, ik wil niet, ik wil niet, ik wil niet, gonsde het in haar hoofd. Een windvlaag zond een tintelend gevoel van frisheid de lucht in. Het water was verschrikkelijk ver weg. Hardy's handen rustten naast de hare op de brug.

"Weet jij... weet jij iets van films?"

"Mensen vragen de raarste dingen op dit moment," grijnsde Hardy. "Een beetje. Waarom?"

Katrien's stem stokte ergens aan de andere kant van haar huig. Wat een stomme vraag. En ook nog eens totaal irrelevant. Wat deed zo'n filmtitel er nou toe als je op het punt staat om te pletter te slaan? Vrijwillig te pletter te slaan?

"Daar ga je. Je voelt je dadelijk geweldig," beloofde Hardy en gaf een zacht duwtje tegen haar billen. Daadwerkelijk schoof ze naar voren en een kreet ontsnapte aan haar keel. Ze molenwiekte met haar armen, op zoek naar vastigheid in het niets. In een vreselijk moment hing ze op een paar centimeter van haar redding en stortte toen naar omlaag.

"Laat je gaan," riep Hardy. "Let go!"

Katrien strekte werktuigelijk haar armen, alsof God zelf haar ledematen stuurde. Ze draaide haar gezicht naar beneden waar het water in de diepte lonkte. Pijlsnel kwam het dichterbij. De lucht, die net nog zo warm voelde, suisde langs haar wangen en was koel. Ze hoorde niets meer, alleen nog maar het ruisen van de wind en haar allesoverheersende hartslag. Haar maag was verdwenen. Weg.

Net overigens als haar gevoel voor tijd en dimensie. Een paar tellen lang verbleef ze in een andere wereld, waar zwaartekracht geen grip op heeft, waar het gewone gevoel overstegen wordt door een genot dat alleen maar als een oerkracht te omschrijven is en waar al het andere er niet meer toe doet. Belastingen, tandarts, verkiezingen, verzekeringen, parkeerboetes, boodschappen, salarisverhoging, contributie, familie, huisdieren, hypotheek, behangkleur, verhuizingen, burengerucht - niets was meer relevant. Even voelde Katrien zich één met de Schepper. Het was niet mogelijk om te beschrijven hoe adembenemend wereldvreemd deze paar seconden waren. Het was zuivere extase, opgewekt uit een bron die zijn leven lang verborgen opgesloten had gelegen in haar eigen lijf. Ze zag kleuren die ze nog nooit had gezien, geuren prikkelden haar neus en bedwelmden haar, de smaak van de lucht was als nectar van de goden, haar huid werd gestreeld door pure zijde. Het was pure zinsbegoocheling. Als een feniks uit de as herrees haar nieuwe leven in haar geest.

Haar vingers raakten het koude water en meteen was ze weer bij haar positieven. Met een onverbiddelijke ruk werd ze weggetrokken en stuiterde heen en weer aan het vijfkabelige elastiek dat aan haar benen was gebonden en ze gilde, juichte en schreeuwde van onhoudbare blijdschap, zonder dat ze er iets aan kon doen. Boven zich hoorde ze applaus en gejuich. Haar hart bonsde zo hard dat het haast leek of haar lichaam te klein was om het vast te houden.

Ze hing nog een tijdje te bungelen en werd toen losgemaakt door een assistent van Hardy. Hij sprak even in een walkie talkie met Hardy bovenop de brug waarna hij vroeg of ze nog iets tegen hem wilde zeggen.

"Katrien? Hoe was het?" vroeg Hardy, wiens stem blikkerig klonk door de walkie talkie.

"Geweldig," gierde ze schor. "Onbe... Ik ben... ik kan... het was fantastisch! Wauw... ik... onvoorstelbaar... Ik..."

"Goed gedaan," zei hij tevreden. "Wie het durft krijgt van mij altijd een drankje."

"Hardy, ik... wauw... geweldig... ik..."

Hij lachte en verbrak de verbinding. Ze wist dat hij wist wat ze voelde.

Eenmaal op de kant sloegen de bibbers toe en moest Katrien even zitten. Haar benen trilden zo erg dat ze bijna niet meer kon blijven staan, maar Hardy's assistent verzekerde haar dat dat normaal was en vertelde bijna terloops dat menigeen ook moest overgeven na een bungee jump. Katrien was niet misselijk, alleen erg trillerig. Haar spieren begonnen te protesteren tegen zoveel zenuwen en ze bibberde als een alcoholist.

Maar dat mocht de pret niet drukken. Ze slurpte het gevoel op. Zoiets kreeg ze nooit van haar leven meer te eten of te drinken. Ze keek naar boven, naar de heldere hemel, de zon en de ijzeren brug die zich ver boven haar hoofd tegen het blauw aftekende. Er zat een nieuw slachtoffer op de rand. Ze meende het silhouet van Hardy te herkennen, die waarschijnlijk weer al zijn zwijgende, sterke overredingskracht moest aanwenden om de volgende springer te begeleiden.

Plotseling wist ze het weer, de titel van de film met Hardy Krüger als de modelvliegtuigbouwer in de Sahara. Katrien begon te lachen, onhoudbaar, bijna hysterisch. De tranen liepen haar over de wangen en de assistent keek haar met een mengeling van bezorgdheid en geamuseerdheid aan. Brak ze dan toch, leek hij te denken? Maar Katrien brak niet. Ze zag de ironie van het moment en bedacht dat de titel wel degelijk een voorteken moest zijn.

Hoe toepasselijk. De film heette 'De vlucht van de Phoenix'.